|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
||||||||||
![]() |
|
|
![]() |
|||||||
|
Diagnostiek, advies en behandeling bij tics |
|
|||||||||
|
Zorglijn Ticstoornissen |
||||||||||
|
Veel kinderen hebben wel eens last van één of meer tics. Meestal gaan die tics vanzelf weer over. Maar soms is een onderzoek of een behandeling nodig. Dat kan bij de zorglijn Ticstoornissen van het UCKJP. |
||||||||||
| Meer informatie | Doelgroep De zorglijn Ticstoornissen biedt diagnostiek, advies en behandeling aan kinderen van 0 tot en met 18 jaar, bij wie sprake is van (verdenking op) tics. Een tic is een korte, plotselinge, onregelmatig terugkerende, onwillekeurige beweging (bewegingstic) of geluid (geluidstic). De tics kunnen zowel ernstig als mild zijn. Diagnostiek Na aanmelding worden het kind en de ouders samen uitgenodigd voor een intakegesprek. Dit gesprek duurt ongeveer een uur en is bedoeld om met elkaar kennis te maken. Ook wordt in grote lijnen de problematiek in kaart gebracht. Het intakegesprek wordt gevoerd door een vaste kinder- en jeugdpsychiater, samen met een arts, nurse practitioner of gedragswetenschapper. Na de intake volgt een aantal (één tot drie, meestal twee) diagnostische vervolgcontacten met ouders en kind afzonderlijk. Hierin wordt op een systematische manier gekeken naar het eventueel voorkomen van problemen die vaak samen met tics optreden, zoals concentratiemoeilijkheden, hyperactief gedrag, sociale problemen en dwang- en angstklachten. De diagnostiekfase wordt altijd afgerond met een adviesgesprek. Als het kind oud genoeg is, gebeurt dat met ouders en kind samen. Tijdens het adviesgesprek worden de resultaten van het onderzoek en een behandeladvies besproken. Behandeling Goede voorlichting over ticstoornissen is van groot belang. Daar wordt op onze polikliniek dan ook ruim tijd aan besteed. Een eventuele behandeling kan zich zowel op de tics zelf als op eventuele bijkomende problemen richten. Voor de behandeling van tics kan gekozen worden uit gedragstherapie en medicatie. Bij gedragstherapie leert het kind technieken om tics tegen te gaan. Hiervoor is het ook nodig om thuis te oefenen. Daarnaast kunnen sommige medicijnen tics onderdrukken. Veel kans op een goede vermindering van de tics bestaat er met medicijnen die behoren tot de zogenaamde antipsychotica. Meestal worden deze middelen goed verdragen. Soms heeft een kind echter last van bijwerkingen, zoals lichte sufheid of gewichtstoename. Er bestaan dan ook nog andere typen medicijnen die tegen tics kunnen worden gebruikt. De werking van medicijnen en het eventueel optreden van bijwerkingen worden altijd goed gecontroleerd op onze polikliniek. Wetenschappelijk onderzoek Het is mogelijk dat ouders en kind wordt gevraagd mee te werken aan onderzoek naar ticstoornissen. Dit onderzoek is erop gericht om meer kennis te verzamelen over ticstoornissen, waardoor in de toekomst misschien betere behandelmogelijkheden kunnen worden ontwikkeld. Op ons centrum richten wij ons op vier aspecten van ticstoornissen, namelijk: |
![]() |
![]() |
![]() |
|