| | | | Doelgroep De zorglijn richt zich op jongeren van 14 tot en met 18 jaar die moeite hebben hun gedrag en hun emotie te reguleren en die daardoor problemen hebben met school/werk, relaties en sociaal functioneren.
Emotieregulatieproblemen Als een jongere te maken heeft met forse stemmingswisselingen en weinig controle ervaart over zijn of haar gedrag, kan er sprake zijn van een emotieregulatiestoornis. Een emotieregulatiestoornis kan voorkomen bij een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS, zie hieronder), maar komt ook voor zonder dat er sprake is van borderlineproblematiek. Bij een emotieregulatieprobleem kunnen zich op verschillende gebieden problemen voordoen. Jongeren hebben bijvoorbeeld last van sombere buien, zelfmoordgedachten, automutilatie (zichzelf pijn doen), drugs- en alcoholmisbruik, verlies van motivatie voor school, sociaal isolement of conflicten thuis.
(Borderline) persoonlijkheidsstoornis Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben moeite om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, waardoor ze vaak in de problemen komen. Bij hen gaan er verschillende dingen in het leven niet goed. Er zijn bijvoorbeeld problemen thuis, op school of op het werk, problemen met vriendschappen en in relaties. Er zijn verschillende persoonlijkheidsstoornissen.
Een veel voorkomende persoonlijkheidsstoornis is de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Mensen met BPS hebben last van emotieregulatieproblemen, met klachten zoals een leeg gevoel, zwart-wit denken (alles of niets), stemmingswisselingen, impulsiviteit, moeite met het aangaan en onderhouden van relaties. Ze kunnen vaak moeilijk alleen zijn, hebben woede-uitbarstingen, denken vaak negatief over zichzelf of doen zichzelf soms letterlijk pijn. Ze doen soms zelfmoordpogingen en kunnen soms tijdelijk niet helder denken. Meestal is het bij jongeren nog niet duidelijk of er sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis. De diagnose wordt pas gesteld als de klachten langdurig (langer dan een jaar) aanwezig zijn, en zich voordoen in verschillende situaties (bijv. zowel thuis als op school of bij vrienden). Bij jongeren moet goed gekeken worden of de symptomen passen bij de normale ontwikkeling in de adolescentie of dat de klachten hardnekkiger en ernstiger zijn. Vaak vertonen jongeren (nog) niet het volledige beeld van een borderline persoonlijkheidsstoornis, maar hebben ze een paar symptomen ervan. We zeggen dan dat er sprake is van trekken van een persoonlijkheidsstoornis of van persoonlijkheidsproblematiek.
Tijdige hulp bij emotieregulatieproblemen/borderline problemen kan voorkomen dat de problemen steeds hardnekkiger worden en steeds moeilijker te behandelen zijn.
Meer informatie Meer informatie over emotieregulatieproblemen en borderline persoonlijkheidsstoornissen is te vinden op:
Diagnostiek Binnen de zorglijn emotieregulatieproblemen/borderline persoonlijkheidsproblematiek houden we ons bezig met diagnostiek en behandeling van jongeren met emotieregulatieproblemen en van jongeren met (borderline) persoonlijkheidsproblematiek.
Jongeren kunnen naar onze polikliniek verwezen worden door de huisarts, door andere medische specialisten en door behandelaars van jeugdzorg. Zij worden dan, samen met hun ouders/opvoeders, door ons uitgenodigd voor een intakegesprek.
Voorafgaand aan het intakegesprek worden vragenlijsten toegestuurd naar de jongere en naar zijn/haar opvoeders met de vraag deze in te vullen en terug te sturen. De antwoorden worden van tevoren bekeken en gebruikt bij het gesprek. Het intakegesprek is bedoeld om kennis te maken, om een indruk te krijgen van de problemen van de jongere en te bekijken wat er verder aan onderzoek nodig is.
Bij dit eerste gesprek zijn meestal twee hulpverleners van Accare (psychologen, maatschappelijk werkers of psychiaters) aanwezig. Het vervolgonderzoek bestaat vaak uit nog één of twee gesprekken met de jongere alleen en één of twee gesprekken met haar of zijn ouders/opvoeders. Deze gesprekken worden gevoerd door één hulpverlener van Accare. Soms wordt aanvullend een psychologisch onderzoek gedaan. Daarnaast vragen we, natuurlijk in overleg met de jongere, vaak gegevens op van school of van eerdere behandelingen.
Als alle gegevens bekend zijn wordt er in het behandelteam besproken wat de diagnose is en wat een passend behandelaanbod is. Vervolgens maken we een afspraak voor een adviesgesprek, waarin we aan de jongere en zijn of haar opvoeders voorleggen hoe wij tegen de problemen aankijken en waarin een behandelvoorstel wordt gedaan.
Behandelingen
Binnen de zorglijn emotieregulatieproblemen/borderline persoonlijkheidsproblematiek zijn verschillende behandelingen mogelijk. Hieronder volgt een aantal behandelvormen. Tijdens het adviesgesprek wordt hierover uitgebreidere informatie gegeven.
Cognitieve gedragstherapie
In cognitieve gedragstherapie leren jongeren in een reeks individuele gesprekken hoe ze meer greep op hun emoties en gedrag kunnen krijgen door anders (positiever) over zichzelf te denken. Er wordt vaak met concrete huiswerkopdrachten gewerkt, waarbij jongeren voor hen moeilijke situaties leren analyseren en aanpakken. Het aantal gesprekken is afhankelijk van de aard en de ernst van de problematiek.
Emotieregulatietraining (ERT)
De Emotieregulatietraining is een behandelvorm bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 14 tot 18 jaar die moeite hebben om hun emoties en gedrag te reguleren. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in het snel en vaak ruzie hebben, in problemen op school of met relaties, of in zelfbeschadigend gedrag. De training heeft als doel om emoties en gedrag beter onder controle te krijgen, waardoor jongeren minder last hebben van bijvoorbeeld woedebuien, stemmingwisselingen en onvoorspelbaar gedrag. De ERT bestaat uit zeventien wekelijkse zittingen met zes tot negen deelnemers per keer.
Ondersteunende behandeling
Bij deze behandelvorm staan praktische hulp en emotionele ondersteuning voorop. Soms kan een doel van deze behandeling ook zijn de jongere te motiveren tot een meer op verandering gerichte therapie.
Ouderbegeleiding
Met de ouders wordt stilgestaan bij de vraag hoe ze hun houding kunnen bepalen tegenover de problemen van hun zoon of dochter, hoe ze steun kunnen bieden en conflicten thuis kunnen proberen te voorkomen of op te lossen.
Systeemtherapie
In systeemtherapie of gezinstherapie proberen jongeren, ouders en soms ook andere gezinsleden om gezamenlijk de onderlinge verhoudingen te verbeteren en problemen die zich in het gezin voordoen aan te pakken. Soms heeft systeemtherapie als doel om een goed losmakingsproces te bevorderen, waarbij ouders en jongeren elkaar in verbondenheid leren los te laten.
Thuisbehandeling/Intensieve Psychiatrische Gezinsbegeleiding (IPG)
De thuisbehandeling en de IPG vinden plaats in de thuissituatie. Bij deze behandelvorm wordt samengewerkt met ouders en jongere waarbij de diagnose van het kind/jongere het uitgangspunt is. Problemen die zich in het gezin voordoen en de onderlinge verhoudingen proberen we te verbeteren en aan te pakken. Het behandeltraject bestaat uit een observatieperiode van zes weken en vervolgens vier tot zes maanden doelgerichte behandeling, waarna de behandeling wordt afgesloten.
Vaktherapieën
Dit zijn behandelingen waarbij praten een minder grote rol speelt en waarbij aan problemen gewerkt wordt bijvoorbeeld door middel van lichamelijke expressie (dramatherapie) of materialen (beeldende therapie).
Medicijnen
Soms worden door de kinder-en jeugdpsychiater medicijnen voorgeschreven als er bijvoorbeeld ook sprake is van een depressie of van ADHD.
| | |