|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
| Home | Sitemap |
Colofon |
|
|||||||||
![]() |
|
|
![]() |
|||||||
|
||||||||||
|
Wetenschappelijke invalshoeken |
||||||||||
|
De klinische thema's (ontwikkelings- en gedragsstoornissen, ticstoornissen en angst- en stemmingsstoornissen) worden onderzocht vanuit verschillende invalshoeken. Binnen elke invalshoek staan andere onderzoeksvragen centraal. |
||||||||||
Een gedetailleerde en uitgebreide gedragsbeschrijving is een noodzakelijke voorwaarde voor het klinische werk. Maar ook al het wetenschappelijke onderzoek (informatieverwerking, genetica, neurochemie, behandeleffectenonderzoek) leunt sterk op een goede beschrijving van de gedragskenmerken van klinische groepen. Essentieel daarvoor zijn goede, gestandaardiseerde instrumenten (vragenlijsten, interviews) die specifiek gericht zijn op het in kaart brengen van de betreffende problemen (autisme, PDDNOS, ADHD, ticstoornissen, angst- en stemmingsstoornissen). Daarom speel instrumentontwikkeling een belangrijke rol binnen deze onderzoekslijn. Accare werkt mee aan verschillende langlopende epidemiologische studies die in samenwerking met andere centra worden uitgevoerd. Binnen deze studies worden grote groepen kinderen (bevolkingscohort en klinische cohorten) lange tijd gevolgd in hun ontwikkeling naar de volwassenheid. Centrale vragen in dit type onderzoek zijn: wat maakt dat de ene persoon een psychiatrische stoornis krijgt en de ander niet? Wat maakt dat het met de ene persoon op den duur slechter gaat en met de andere beter? Daarbij spelen waarschijnlijk zowel omgevingsfactoren als genetische aanleg mee. Van belang is hoe omgeving en persoonseigenschappen elkaar kunnen beïnvloeden, in gunstige of ongunstige zin. Onder welke omstandigheden zal een genetische aanleg zich daadwerkelijk manifesteren in een stoornis en welke eigenschappen van de persoon spelen daarin mee? Welke omstandigheden en/of eigenschappen vormen een buffer zodat problemen uitblijven? Binnen deze onderzoekslijn wordt gekeken naar verschillende aspecten van informatieverwerking bij kinderen. Hoe kinderen informatie verwerken wordt meestal gemeten met behulp van computertaken. Om inzichten te krijgen in de hersengebieden en systemen die betrokken zijn bij het verwerken van informatie, worden de prestaties op de computertaken in verband gebracht met psychofysiologische maten. Het gaat hierbij om toestandsveranderingen (veranderingen in hartslag, bloeddruk en ademhaling) en veranderingen in hersenactiviteit (gemeten in het EEG) die optreden tijdens het uitvoeren van de computertaken. In de toekomst zullen ook fMRI-technieken gebruikt worden. Reeds lang intrigeert de bevinding van het verhoogde serotoninegehalte in bloedplaatjes bij ongeveer 30% van mensen met autisme. In deze onderzoekslijn wordt onderzoek gedaan naar de relatie van effecten van serotonerg werkende farmaca (serotonine reuptake blokkers), het serotoninegehalte in de bloedplaatjes en genen die detecteren voor serotonine transport eiwit dat serotonine over de membraan transporteert, om meer inzicht te verkrijgen in het functioneren van het serotonerge systeem bij kinderen met autisme en kinderen met PDDNOS. Het immunologisch onderzoek dat wordt gedaan binnen Accare richt zich op het in kaart brengen van de rol van afweer bij het ontstaan en verergeren van tics (bijvoorbeeld bij Gilles de la Tourette). Onderzoeksresultaten laten zien dat de zo typerende wisselingen in ernst van de tics over de tijd mogelijk in verband staan met vooraf doorgemaakte infecties. Auto-immuniteit kan daarbij een rol spelen: autoantilichamen die zich richten tegen bepaalde hersengebieden. Dit onderzoek probeert genen/gengebieden in kaart te brengen die detecteren voor aspecten van ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Het onderzoek is gebaseerd op de IBD-benadering (Identity By Descent). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de relatieve onderlinge verwantschap van mensen woonachtig in Noord-Nederland. De achtergrond hiervan is dat deze populatie een grote mate van onderlinge verwantschap bezit van relatief recente datum. Daardoor delen de bewoners van een dergelijke streek relatief grote gengebieden met elkaar. Dit maakt het opsporen van genen(gebieden) die een rol spelen bij genetisch bepaalde aandoeningen gemakkelijker. Tot op heden richt dit project zich op het tot stand brengen van DNA-banken van kinderen met specifieke stoornissen zoals autisme, GTS, OCD en ADHD. De vraag die uiteindelijk achter deze studies ligt, is de vertaling van genen in termen van aanmaak van eiwitten die de aanleg en het functioneren van het zenuwstelsel bepalen. Er is een groot tekort aan wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van psychofarmaca bij kinderen met psychiatrische stoornissen. De centrale vragen binnen deze onderzoekslijn betreffen de effectiviteit van verschillende psychofarmaca bij diverse gedragsproblemen (welke medicatie werkt bij welke problemen?), de bijwerkingen van psychofarmaca en het gebruik in de praktijk (namelijk hoe gebruiken kinderen de medicatie? Waarom stoppen ze ermee of gaan ze ermee door?). 8) Effecten psych. behandelvormen Gedragstherapeutische behandelvormen (individuele mediatietherapie, oudercursussen, sociale vaardigheidstraining, cognitieve gedragstherapie) spelen een belangrijke rol in de behandeling van ontwikkelingsstoornissen (PDDNOS, ADHD) en angststoornissen. De centrale vragen binnen deze onderzoekslijn betreffen de effectiviteit van deze behandelvormen. Welke kinderen hebben baat bij welke behandeling? Waarom werkt een behandeling bij sommige kinderen beter dan bij andere? En welke factoren voorspellen behandelsucces? |
![]() |
![]() |
![]() |
|