| | | | Trails TRAILS staat voor TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey. Het is een grootschalig onderzoek waaraan verschillende nederlandse en buitenlandse onderzoeksinstituten meedoen. Het onderzoek richt zich op het in kaart brengen van de effecten van individuele kwetsbaarheid (biologisch, psychisch) en omgevingsfactoren (biologisch, sociaal) en de interactie daartussen op het ontstaan van psychiatrische stoornissen en het voortduren ervan. Het doel is daarmee aanknopingspunten te vinden voor effectieve methoden of programma’s voor preventie en interventie.
TRAILS bestaat uit een bevolkingscohort, waarin het onderzoek is begonnen in 2001, en (met ingang van september 2004) ook een klinisch cohort. In beide cohorten worden kinderen gevolgd vanaf hun tiende jaar (eerste meting) totdat zij begin twintig zijn (laatste meting).
Het bevolkingscohort bevat ruim 2200 adolescenten uit verschillende regio’s in Noord-Nederland. Tussen maart 2001 en juli 2002 zijn deze – toen nog - kinderen voor het eerst onderzocht. Inmiddels is de tweede meting in deze groep afgerond en is de derde meting afgelopen najaar volop van start gegaan.
Het klinisch cohort bestaat uit ongeveer 500 adolescenten die recent of in het verleden zijn aangemeld bij de polikliniek van het UCKJP in Groningen. Het klinisch cohort wordt toegevoegd aan het bevolkingscohort om het inzicht in de ontwikkeling van met name de geestelijke gezondheid te vergroten. Uit de literatuur is bekend dat volwassenen met psychiatrische problemen vaak ook al problemen hadden in de kindertijd. De eerste meting is afgerond en de tweede meting gaat na de zomervakantie van start.
Bij elke meting wordt informatie verzameld bij ouders, kinderen, en leerkrachten.
De vragen voor ouders gaan over gedrag, sociale vaardigheden, eigenschappen en opvoeding van het kind, lichamelijke gezondheid, ontwikkeling en levensgeschiedenis, en over de gezondheid van ouders en grootouders.
Het kind vult ook vragenlijsten in. Deze gaan over zelfbeeld (bijvoorbeeld waar is hij/zij tevreden over, wat vindt hij/zij moeilijk, wat kan hij/zij goed), over gevoelens, eigenschappen en gezondheid van het kind. Maar het gaat ook over hoe het het kind omgaat met anderen om hem/haar heen (ouders, leerkracht, vrienden/vriendinnen en klasgenoten). In de eerste meting is ook de intelligentie bepaald en neuropsychologisch onderzoek afgenomen. Lichamelijke factoren werden onderzocht door het meten van de hartslag, bloeddruk en het hormoon cortisol. In de tweede meting wordt bloed afgenomen, als de adolescenten dat goed vinden, om te kijken naar de erfelijkheid.
De leerkracht tenslotte, beantwoordt vragen over het gedrag van het kind in de klas en in de omgang met klasgenootjes.
Al deze informatie levert een zo compleet mogelijk plaatje op van het kind aan het begin van het onderzoek en elke twee jaar daarna. Informatie die verzameld wordt bij elke volgende meting kan vergeleken worden met de metingen ervoor, zodat eventuele veranderingen en ontwikkelingen kunnen worden opgespoord en onderzocht.
Zie voor meer informatie: www.trails.nl
| | |