|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
![]() |
| Home | Sitemap |
Colofon |
|
|||||||||
![]() |
|
|
![]() |
|||||||
|
“Ik doe vaak dingen omdat ik dat van mezelf moet.” |
|
|||||||||
|
Dwang / Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCD) |
||||||||||
|
Dwanggedachten (obsessies) zijn steeds terugkerende gedachten met een beangstigende of beschamende inhoud. Ze dringen zich voortdurend aan je op. Dwanghandelingen (compulsies) zijn steeds terugkerende handelingen. Je moet ze uitvoeren, vaak in reactie op dwanggedachten. |
||||||||||
|
Overzicht poliklinieken
| Waar heb je last van? Je denkt vaak aan nare dingen waaraan je niet wilt denken. Of je doet dingen die je niet wilt doen. Je hebt bijvoorbeeld gedachten over ongelukken, die jezelf of een familielid zouden kunnen overkomen. Of je hebt gedachten over rampen die door jouw toedoen of nalatigheid kunnen gebeuren. Of je denkt voortdurend dat je besmet raakt met vuil of ziektekiemen. Of dat je verschrikkelijke dingen gaat doen, seksueel of agressief gekleurd. Dwanghandelingen kunnen uiterlijk zichtbare handelingen zijn: wassen, controleren, opruimen, ordenen. Het kunnen ook gedachten zijn: tellen, goede dingen moeten denken en woorden in gedachten moeten herhalen. Het uitvoeren van de dwanghandeling geeft je kortdurend opluchting, maar daarna komt de onrust opnieuw. Vaak heb je wel een zeker besef dat het opnieuw uitvoeren van de dwanghandelingen niet veel zin heeft. De onrust is echter te sterk. Innerlijk verzet tegen de dwanggedachten en dwanghandelingen blijft zonder resultaat. Dit kan er toe leiden, dat je dwanggedachten en dwanghandelingen vele uren per dag in beslag nemen en erg kwellend zijn. We noemen het dan een obsessieve-compulsieve stoornis. Hoe vaak komt het voor? De stoornis OCD komt volgens landelijke onderzoeken bij 0,8% tot 2,2% van de bevolking voor. Aan nare dingen moeten denken of handelingen moeten uitvoeren om zichzelf gerust te stellen, zijn verschijnselen die bij het gewone leven horen. Ze komen ook bij jonge kinderen al voor. Voorbeelden zijn het hebben van geluksnummers of niet op de naden van stoeptegels willen stappen. Maar ook bij jonge kinderen kunnen dit soort verschijnselen al dwangmatige vormen aannemen. Meestal is er sprake van een geleidelijke toename. Bij kinderen van vijf of zes jaar kan soms in korte tijd het gedrag volledig bepaald worden door dwanghandelingen. Meestal begint het op latere leeftijd. Wat lijkt erop maar is het niet? Veel kinderen hebben een korte periode dat ze bijvoorbeeld stoeptegels moeten tellen op weg naar school. Of dat ze precies over de witte streep moeten fietsen. Dat is nog geen dwang omdat deze dingen vaak maar enkele minuten duren en ze er gemakkelijk mee kunnen stoppen. Wat is er aan te doen? Wat kun je er zelf aan doen? Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Een kenmerk van je dwanghandelingen en dwanggedachten is juist dat verzet ertegen vaak niet helpt. Dit hangt natuurlijk ook af van de ernst van je klachten. Over het algemeen geldt dat toegeven aan de dwang je op korte termijn opluchting geeft. Op den duur kan het leiden tot steeds meer onrust. Niet toegeven vergroot vaak eerst je onrust. Op den duur kan het leiden tot een afname van de dwanggedachten en dwanghandelingen. Wat kunnen ouders eraan doen? Belangrijk is dat uw kind zich begrepen voelt. Dwanghandelingen kunnen erg kwellend zijn. Kinderen weten vaak zelf ook wel, dat hun gedachten en handelingen niet ‘nodig' zijn, maar het voelt anders. Het helpt meestal weinig, als u ze ook nog eens met het onnodige van hun dwang confronteert. Aan de andere kant kan het ook averechts werken helemaal mee te gaan in allerlei dwanghandelingen. U kunt uw kind enigszins stimuleren zich ergens over heen te zetten. Soms werkt dat. Ook kan het helpen als u in algemene zin de druk op uw kind een tijdje vermindert. Waaruit bestaat een behandeling? Bij dwanghandelingen en dwanggedachten die per dag veel tijd in beslag nemen, is het zinvol tijdig professionele hulp te zoeken. Laat de klachten niet jaren bestaan. Met behandeling is het vaak mogelijk de klachten te verhelpen of aanzienlijk te verminderen. Professionele hulpverleners zoeken uit welke factoren een rol spelen bij het ontstaan van de problemen. Hoe ernstig zijn de klachten en zijn er nog bijkomende problemen. Veel dwangklachten worden voor de omgeving verborgen gehouden, ook voor de ouders. Voor de diagnostiek kan over het algemeen volstaan worden met gesprekken met de ouders en het kind. Zelden is bloedonderzoek of ander lichamelijk onderzoek nodig. |
![]() |
![]() |
![]() |
|