| Home | Sitemap | Colofon | RSS | Printversie

             
                   


Researchers > Lopende projecten > Effecten oudertraini...

 

Lopende onderzoeksprojecten

Effecten oudertraining bij kinderen met ADHD

           
     

Meer dan 10 jaar geleden ontwikkelden medewerkers van het UCKJP een groepsoudertraining (ook wel genoemd: oudercursus).

   
                     

 


In een oudercursus leren ouders hoe ze lastige situaties kunnen aanpakken.

 

In deze gedragstherapeutische training leren ouders in een groep een aantal vaardigheden die belangrijk zijn in de opvoeding van kinderen met ADHD, of kinderen met een PDDNOS. Ouders leren hoe ze gedragsproblemen, zoals ongehoorzaamheid, driftbuien en ander lastig gedrag bij hun kind kunnen verminderen. Ook is de training gericht op het verminderen van stress bij de ouders. In dit onderzoek werd gekeken naar de effecten van deze groepsoudertraining bij kinderen met ADHD.

De onderzoeksvragen

In veel (meestal Amerikaans) onderzoek werden positieve effecten van oudertraining bij kinderen met ADHD aangetoond: oudertraining kan bijdragen aan het verminderen van ADHD-symptomen (aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit), van gedragsproblemen (zoals ongehoorzaamheid en opstandig gedrag) en van ouderlijke stress. Deze effecten werden echter gevonden onder ‘onderzoeksomstandigheden' en zijn niet zonder meer te vertalen naar de klinische praktijk.
In ons onderzoek probeerden we een antwoord te vinden op de vraag of en wat groepsoudertraining toevoegt aan de ‘reguliere' zorg. Verminderen de ADHD-symptomen? Worden de gedragsproblemen minder en neemt de stress bij de ouders af? Verder wilden we graag weten of groepsoudertraining invloed heeft op de gewone zorg zoals de kinderpsychiater die biedt (bijvoorbeeld op het aantal keren dat kinderen de kinderpsychiater bezoekt of op de medicijnen die de kinderpsychiater voorschrijft).

De opzet van het onderzoek

Alle in het onderzoek betrokken kinderen (in totaal 94) doorliepen eerst een gewone poliklinische fase, waarin diagnostiek, psycho-educatie en, eventueel, behandeling met medicijnen plaats vonden. Daarna werden de kinderen (en ouders) die problemen hielden, verwezen naar de groepsoudertraining. Eenmaal in het onderzoek werden de kinderen en hun ouders geloot in twee groepen: in de ene groep kregen de ouders groepsoudertraining, in de andere groep kwamen de ouders op een wachtlijst voor training. Ondertussen bleef de reguliere zorg (gegeven door een kinderpsychiater) voor alle kinderen in beide groepen gewoon doorgaan.
Alle kinderen hadden ADHD en gedragsproblemen. Hun leeftijd varieerde van vier tot twaalf jaar en ze hadden een IQ boven de 80. Bij veel kinderen was sprake van meer dan ADHD alleen: het overgrote deel had ook andere stoornissen, zoals gedragsstoornissen, angststoornissen, depressies en tics.

De behandelingen

De groepsoudertrainingen bestonden uit 12 zittingen en werden geleid door twee getrainde en ervaren therapeuten. De reguliere zorg werd gegeven door ervaren kinderpsychiaters. Deze mochten alle gebruikelijke interventies doen, zoals behandeling met medicijnen, psycho-educatie, steun en adviezen aan de ouders, en crisisinterventies.

De eerste resultaten

De kinderen in beide groepen bleken allemaal te verbeteren op alle maten: de ADHD-symptomen en de gedragsproblemen namen af, de internaliserende problemen (problemen op het vlak van angst en depressie) verminderden en de stress bij de ouders daalde. Echter, wanneer de ouders oudertraining kregen, bleken de gedragsproblemen en de internaliserende problemen meer te verbeteren dan bij de kinderen die uitsluitend reguliere zorg kregen. Hierbij maakte het niet uit of de kinderen wel of geen medicijnen gebruikten.
Ook waren er verschillen tussen beide groepen in de reguliere zorg: de kinderen die uitsluitend reguliere zorg kregen kwamen vaker bij de kinderpsychiater dan de kinderen waarvan de ouders oudertraining kregen. Tot slot waren er verschillen in medicijngebruik: de kinderen met uitsluitend reguliere zorg gebruikten vaker meerdere middelen tegelijk (zogenaamde ‘poly-farmacie’) dan de kinderen waarvan de ouders oudertraining kregen.
Oudertraining blijkt dus wel degelijk een toegevoegde waarde te hebben in de praktijk: vooral als ouders (en verwijzers) gedragsproblemen en/of internaliserende problemen bij kinderen met ADHD willen verminderen, is oudertraining zinvol. Wanneer ouders vooral moeite hebben met de ADHD-symptomen van hun kind, of zelf veel stress ervaren, blijkt de reguliere zorg even goed te helpen. Daar staat tegenover dat wanneer de ouders oudertraining krijgen er minder gebruik gemaakt wordt van de kinderpsychiater en kinderen minder vaak met meerdere medicijnen tegelijk behandeld worden.

   


Copyright © 2000-2012 
Accare, Assen, NL